Marghaba Khalmurzaeva, organiser in St Petersburg

Printervriendelijke versieSend by email

Interview met Marghaba Khalmurzaeva, organiser van MPRA in St Petersburg
Twee trainsters van FNV Bondgenoten gaven afgelopen weekend een training in de organisingmethode aan organisers en kaderleden van MPRA. Marghaba Khalmurzaeva is één van de organisers: "Ik wil leren hoe mensen te overtuigen dat zij zelf dingen op eigen kracht kunnen doen."
 
Last weekend, two trainsters of FNV Bondgenoten gave a training in the organising method for organisers and union activists of MPRA. Marghaba Khalmurzaeva is one of the organisers: "Ik want to learn how to convince people that they themselves can do things on their own."
 
FNV Bondgenoten ondersteunt de jonge Russische metaalvakbond MPRA met het organiseren van multinationale bedrijven in Rusland.
De werkgevers in Rusland tolereren geen onafhankelijke vakbonden en als werknemers zich organiseren, doen zij alles om de vakbond kapot te maken, zoals door ontslag of intimidatie. MPRA heeft daarom 7 organisers in dienst, die de werknemers helpen om een sterke vakbondsorganisatie in hun bedrijf op te bouwen. FNV Bondgenoten trainer Nelke Temme en gepensioneerd bestuurder metaal Mieke Verhagen gaven in het weekeinde van 10-11 maart een training in de organisingmethode aan organisers en kaderleden van MPRA. Marghaba Khalmurzaeva is één van de organisers. Het project wordt ondersteund door de WIS-Metaal van FNV Bondgenoten em gecoördineerd door TIE-Netherlands.
 
Marghaba, jij bent organiser bij de MPRA in Sint Petersburg. Sinds wanneer en waarom ben je dit werk gaan doen?
 
Toen ik naar St Petersburg kwam uit een andere stad, ben ik met mijn vrienden van internationale organisaties gaan praten, en ik vroeg hen of er in St Petersburg vakbonden of organisaties zijn die ik kan laten zien wat ik kan en voor wie ik kan werken.
In Kirgizië was mijn werk de organisatie van scholing over de opbouw van een vakbond voor kaderleden die in bedrijven werkten.
Toen ik hoorde dat Alexei Etmanov (de voorzitter van de MPRA) organisers zocht en dat hij een vacature had, vond ik dat interessant. Ik had dus al ervaring met de organisatie van vakbondsactivisten. Ik heb meer gewerkt met de organisatie van jongeren. Vanaf juli 2011 werk ik als organiser voor MPRA.
 
Met welke bedrijven werk je?
 
Ik werk nu met General Motors, daarvoor met Nissan. Ik doe nu ook onderzoek naar Magna.
 
Hoe pak je het organiseren aan?
 
Ik ontmoet de werknemers bij de bushaltes, en dan begin ik een gesprek met ze. En als de werknemer geïnteresseerd is in een oplossing van zijn problemen, dan nodig ik hem uit voor een gesprek met mij. In het gesprek stel ik de werknemer voor om te praten met andere activisten van het bedrijf. En ik adviseer hem mensen te ontmoeten van de vakbond die wij al kennen. Hij behoort namelijk onze vakbondskaderleden te kennen. Ook stel ik hem voor om te praten met collega’s op zijn werkplek. Als er meer werknemers met hetzelfde probleem zijn dan nodigt hij deze mensen uit voor een bijeenkomst met ons. Hij geeft ons hun telefoonnummers en wij nodigen hen uit. Op die manier proberen wij een groepje te organiseren van mensen met hetzelfde probleem. Op deze bijeenkomst vragen wij hen om nog meer mensen uit te nodigen die zij kennen met soortgelijke problemen, of mensen die belangstelling hebben om met ons te praten. Ik probeer de groep zo steeds groter te maken maar soms is de enige manier om ze op te bellen. Dit heeft te maken met ploegenschema’s en geen tijd om op een bijeenkomst te komen. Dan vragen wij hen om iets te doen. Bijvoorbeeld pamfletten verspreiden.
 
Zijn dat de informele leiders?
 
Ik denk dat we in het begin nog niet kunnen zeggen of iemand een informele leider is. Daarom vragen wij ze om iets te doen. Als dat lukt krijgt de persoon meer zelfvertrouwen en meer kennis over de bond en zo vinden wij uit of hij een informele leider is. Er zijn nog meer methoden hiervoor. Bijvoorbeeld als wij mensen uitnodigen voor een bijeenkomst, vragen wij de persoon die wij op het oog hebben of hij de bijeenkomst wil leiden. Als hij dat goed doet dan is hij een informeel leider. Soms organiseer ik zulk soort bijeenkomsten terwijl arbeiders wachten op de bus. Ik vraag één van hen om de bijeenkomst te leiden. Ik houd dan zelf zoveel mogelijk mijn mond.
 
Werkt dat?
 
Mensen worden dan meer geïnteresseerd en vrijer. Omdat degene die het leidt ook een collega is en niet iemand van buiten zoals ik.
 
De 1-2-1 gesprekken doe je niet alleen bij de poort ?
 
Ik werk bij de poort en bij de bushaltes. De plaats hangt af van de mogelijkheden om bij de fabriek te komen. Wij mogen alleen het openbaar vervoer gebruiken. De speciale bedrijfsbussen zetten de mensen af op het bedrijfsterrein en als persoon van buiten kun dan je niet met de werknemers spreken. Maar wij kennen 6-7 metrostations waar de bedrijfsbussen stoppen en daar ontmoeten wij de mensen. Wij hebben 20 minuten voordat de bedrijfsbus komt. ’s Avonds bij de ploegwisseling kunnen wij ook mensen ontmoeten bij de metrostations.
Wij kunnen ook met mensen spreken op het parkeerterrein van GM door mee te rijden met de auto van een werknemer. Enkele maanden geleden hebben wij een vakbondsauto gekocht en daarmee kunnen wij nu op het parkeerterrein komen. Toen wij voor het eerst met die bondsauto op het parkeerterrein kwamen, lukte het ons meteen al om een werknemer lid te maken. Nissan heeft andere ploegtijden, dus als GM aan het werk is, kunnen wij naar Nissan gaan. Elke week hebben wij met de organisers een bijeenkomst, daar plannen we onze gesprekken.
 
Hoe bereid je mensen voor op de reactie van het management?
 
De mensen op de bedrijven waar ik werk weten al dat ze nooit promotie krijgen en zo, als ze bij de vakbond komen. Maar wij waarschuwen de mensen toch dat er straks een conflict gaat komen omdat het management andere belangen heeft dan wij. Dat er druk gaat komen van het management op hen.
 
Helpt dat?
 
Zij geloven dat wij de waarheid spreken als wij dat zeggen. Want ze weten zelf dat dit gaat gebeuren. Dat wij het eerlijk tegen hen zeggen maakt ons geloofwaardiger in hun ogen.
 
Wat zijn de grootste problemen waar je tegenaan loopt en welke oplossingen zie je?
 
Een groot probleem is het verloop onder de werknemers bij GM. Heel vaak praten wij met een werknemer en dan hopen wij dat hij actief wordt, maar de volgende maand is hij alweer weg. GM heeft hele nare ploegtijden en veel jonge werknemers krijgen daar genoeg van en vertrekken. Wij proberen nu vooral te contact te maken met werknemers die al langer dan een jaar in het bedrijf werken. Zij begrijpen de situatie en zien de noodzaak om veranderingen door te voeren. Zij begrijpen ook dat als er niets verandert, dat heel slecht voor hen zal zijn.
Wij hebben ook veel migranten op het bedrijf uit andere regio’s van Rusland. Zij zijn bang om hun werk te verliezen. Zij komen met hun gezin en kinderen naar Petersburg, ze organiseren een school voor hun kinderen en ze voelen zich erg afhankelijk van hun werk. De mensen die al langer in St Petersburg wonen hebben hun eigen flat en zijn minder kwetsbaar. De migranten willen ook meedoen met de vakbond, maar ze willen niet dat het management weet dat zij vakbondslid zijn.
 
Wat vond je van de training? Wat heb je geleerd?
 
Ik ben erg tevreden. Ook met de trainingsmethode. Het zijn hele goede scholingsmaterialen die je ons hebt gegeven. De rollenspellen zijn heel leuk en de materialen geven allerlei basisprincipes goed weer. Wij hebben eerder dit soort dingen besproken, maar niet zo gestructureerd. Ik vond het leuk dat iedereen een rol kreeg, ook als het niet een grote rol was. Dit is heel nuttig voor ons. Wij plannen ook bijeenkomsten met de informele leiders en daar willen wij ook rollenspelen doen. Ik vond het ook leuk dat Nelke de goede dingen van iedereen benoemde. Dat is erg stimulerend . Het is heel goed om mensen te vertellen hoe goed je hen vindt. Als je dat nooit zegt, zullen zij het nooit horen. Zeker mensen die hard werken.
 
Wat zou je nog meer willen leren?
 
Ik wil een duurzame structuur opbouwen. Ik wil leren hoe mensen te overtuigen dat zij zelf dingen op eigen kracht kunnen doen. Mensen zijn gewend dat iemand anders alles voor hen doet en alles organiseert en alles controleert. Het is daarom erg moeilijk voor hen om zelfstandig dingen te doen. Daarom zullen ze gauw stoppen met het vakbondswerk als wij hen niet blijven steunen. Zij zullen gauw zeggen: 'het lukt niet, dus wij willen het niet meer doen'. Ik wil methoden vinden om hen te leren om zonder steun van anderen verder te gaan. Misschien beginnen met een weekplan dat wij maken en dan de volgende keer hun zelf het plan te laten maken.
En voor de workshops van organisers ook een aantal informele leiders uitnodigen.
 
Je bent ook naar Belarus geweest voor een workshop over organising met Belarussiche jongeren. Wat verwachtte je in Belarus en wat vond je?
 
Ik vond het interessant om te zien wat voor activiteiten er zijn in andere landen. Ik zag hetzelfde als in Kirgizië toen ik werkte met de staatsvakbond. Wij moeten de Belarussen respecteren omdat zij erg dapper zijn en hun eigen weg proberen te vinden tegen de onderdrukking in. Zij zullen veel tijd nodig hebben totdat zij een zelfde niveau hebben ontwikkeld als wij hier. Zij kunnen hun eigen onafhankelijke activiteiten niet organiseren. Toen ik in Kirgizië mensen trachtte te organiseren, werkten deze jonge mensen ook in de staatsvakbondsstructuur en dat was vergelijkbaar met Belarus. Zij (de BKDP) werken op dezelfde wijze als de staatsvakbonden. Ik had niet het gevoel om bij een onafhankelijke vakbond op bezoek te zijn.
 
Hoe vind je het om organiser te zijn?
 
Ik vind het leuk om een organiser te zijn. Het geeft mij de gelegenheid om met veel mensen te spreken, waaronder veel interessante mensen, ieder met zijn eigen geschiedenis. Zij hebben allemaal hun eigen problemen, maar ze zijn toch heel actief in hun vakbondswerk. Ik praat met ze en ben verbaasd waar ze de kracht vandaan halen. Ik wil graag aan activiteiten deelnemen die het leven van mensen kunnen veranderen. Het geeft mij stress als mensen zo onverschillig staan tegenover hun eigen leven. Dan ben ik meer bezorgd over hen dan ze dat zelf zijn. Ik heb veel interessante collega’s en het is heel fijn om met hen te werken. Wij hebben een heel goed team en wij steunen elkaar goed. Onze staf is heel goed en ik hoop dat wij kunnen blijven werken met deze mensen.
 
Het project 'Organising in Rusland' wordt ondersteund door NCDO

 

More About Us

       

 
 
Inhoud syndiceren