Vakbondsleden uit cacao industrie ontmoeten elkaar in Ghana: een interview met twee van de deelnemers.

Printervriendelijke versieSend by email

“Wat me opviel is dat de kennis die de kaderleden in Ghana  hebben over hun vakbond en hun bedrijf heel hoog is . Het leeft veel meer, de betrokkenheid bij de bond is groter dan in Nederland. Deze uitwisseling heeft me dan ook gestimuleerd om actiever in mijn eigen bedrijf te worden vanuit de vakbond”.

 

In 2008 startte er een uitwisselingsprogramma voor kaderleden werkzaam in de internationale cacao verwerkingsindustrie met het doel hun vakbondswerk te versterken. De uitwisseling is opgezet door TIE- Netherlands en TIE- Brasil in samenwerking met de sectoraard cacao van FNV Bondgenoten en Sindicacau (de Braziliaanse vakbond in de cacaoverwerkende industrie in de regio Bahia, Brazilie). Sinds 2012 zijn de kaderleden van de Ghanese vakbonden FAWU en ICU bij dit programma betrokken.

Van 11-14 juni 2012 vond er een eerste uitwisseling plaats tussen kaderleden uit de cacao verwerkende industrie uit Nederland ( FNV Bondgenoten) van Cargill en ADM en kaderleden uit Brazilië (Sindicacau) van Cargill en Delfi met hun collega’s uit Ghana van Cargill (FAWU), ADM en Barry Callebaut(ICU) in Tema, Ghana. Hieronder volgt een interview met twee van de deelnemers van FNV Bondgenoten.

--

Mijn naam is Peter Huysman. Ik werk als maintenance superviser op de  mechanisch-technische dienst van Cargill in Wormer. Ik ben vanaf 1992 lid van FNV Bondgenoten en actief betrokken bij de CAO onderhandelingen vanuit de kadergroep.

Mijn naam is Jan van Keulen. Ik werk als medewerker interne dienst op de postkamer van ADM cocoa sinds mei 1977. Ik ben kaderlid vanaf 1976, eerst in de Dienstenbond Mercurius, daarna in de Voedingsbond en nu binnen FNV Bondgenoten. Ik ben lid van de sectorraad cacao en in de jaren ’80 zat ik in de OR.

Sinds 3 jaar zijn we betrokken bij het uitwisselingsprogramma van collega’s uit de cacaoverwerkende industrie. We hebben deelgenomen aan het scholingsprogramma ter voorbereiding van de uitwisseling, maar zijn echt actief betrokken geraakt toen de Braziliaanse collega’s voor een werkbezoek in Nederland waren in 2009. 

Dit jaar hebben is het uitwisselingsprogramma uitgebreid met kaderleden uit Ghana. We zijn daar ook naar toe geweest, naar de stad Tema. Gedurende twee dagen  hebben we daar met  kaderleden uit Brazilië en Ghana ervaringen met elkaar uitgewisseld.

   

Het doel van deze uitwisseling was tweeledig: ten eerste om meer inzicht krijgen in elkaars vakbondswerk. Hierbij richten we ons  en wat je van elkaar kunt leren om dat lokaal te kunnen toepassen. Zodoende stimuleren we elkaar in het verbeteren van de vakbondsstrijd. Ten tweede hebben we onze collega’s in Ghana de methode van productiemapping uitgelegd waardoor we de verschillende bedrijven met elkaar kunnen vergelijken. Zowel de Braziliaanse collega’s als wij hadden onze bedrijven in kaart gebracht.

Door deze uitwisseling hebben we  inzicht gekregen in de vakbondsorganisatie van Brazilië en Ghana. In Nederland is de bereidwilligheid om zich te organiseren veel lager. Men is lakser in Nederland. Er heerst het idee: ‘de bond regelt het toch wel voor je’. Sinds we een kadergroep hebben opgezet bij Cargill Nederland is er gelukkig een langzame verandering te zien bij de leden. De communicatie tussen de verschillende fabrieken is verbeterd en je ziet een verbetering tussen bestuurder en kaderleden.

Bij ADM hebben we geen kadergroep en dat is een groot gemis. Hierdoor worden we niet gevoed in de sectorraad en ook niet bij dit uitwisseling programma. Belangrijk is dan ook dat er weer een bedrijfsleden groep actief wordt waardoor we als vakbondsleden weer meer gezicht in het bedrijf krijgen. Dit ligt ook in lijn met de nieuwe vakbeweging en bovendien wordt dan de betrokkenheid bij de bond wordt. De vakbond zijn we zelf en dat moet dan zichtbaarder worden.Deze uitwisseling heeft me dan ook gestimuleerd om actiever in mijn eigen bedrijf te worden vanuit de vakbond.

Wat ons opviel in Ghana is dat de Ghanese collega’s  veel vragen aan ons stelden wat betreft arbeidsvoorwaarden en werkomstandigheden in Nederland. De productiemapping gaf daar een goed inzicht in en er kwamen veel discussies op gang toen de verschillende bedrijven met elkaar vergeleken werden.

Wat ons opviel is dat de kennis die de kaderleden in Ghana hebben over hun vakbond en hun bedrijf heel hoog is. Het leeft veel meer, de betrokkenheid bij de bond is groter dan in Nederland. Zij zitten nog in een strijd waarbij nog veel verbeterd moet worden. Bijvoorbeeld  ze vragen 30% loonsverhoging omdat de inflatie zo hoog is. Bovendien is het inkomen veel te laag als je kijkt naar de prijzen. In Nederland moeten we meer strijd voeren om onze rechten te behouden die men steeds meer probeert af te nemen. Kijk naar bijvoorbeeld het zogenaamde “Kunduz” akkoord.

   

De Brazilianen hadden een zeer gedetailleerde mapping, wat nogal wat verwarring bij de Ghanese collega’s veroorzaakte. Als je, zoals de Ghanezen, voor de eerste keer deze methode van werken leert kennen duizelt het voor je als de informatie teveel is.

Voor de komende bijeenkomst in Brazilië moeten we ons allemaal op dezelfde mapping voorbereiden. Dat moet beter ontwikkeld worden en alle landen moeten zich daar dan ook goed op voorbereiden nationaal.

In de werkgroep van ADM en Callebaut was de mapping een aanleiding voor de Ghanese collega’s om de arbeidsomstandigheden te vergelijken tussen de bedrijven in Ghana. De bedrijven liggen ver uit elkaar en het was de eerste keer dat de kaderleden elkaar zagen. Misschien een goede reden om de mogelijkheden van een sectorraad te onderzoeken.

De samenwerking tussen ons als kaderleden ging heel goed en is een basis om door te gaan met elkaar. De openheid viel op en ook de betrokkenheid van de leiding van de 2 Ghanese bonden was heel groot. Er was veel respect voor elkaar.

Het seminar was goed georganiseerd door het gastland Ghana. Het was goed te zien dat de 2 verschillende bonden, ICU en FAWU,  in dit project goed samenwerken. Helaas was het bezoek aan een plantage georganiseerd door de landbouwbond GAWU niet zo’n succes. De verantwoordelijke voor dit programma onderdeel van de GAWU kwam helaas 2 uur te laat en we gingen alleen naar een onderzoeksinstituut. Op verzoek van een kaderlid van Barry Callebaut zijn we naar een plantage geweest waar de eerste cacao boom van Ghana is gepland en dat was heel interessant. Het zou zo’n goed moment geweest kunnen zijn om de verschillende bonden uit de cacao keten met elkaar in contact te brengen en we hadden ook graag gesproken met de landarbeiders uit de cacaoplantages over hun werkomstandigheden.  

Donderdag zijn we naar El Mina gegaan, het  ‘slaven kasteel’ waar de West-Indische compagnie bij betrokken was. Een zwarte bladzijde uit onze geschiedenis. Het was heel aangrijpend hoe men daar leefde en hoe de slaven handelaren andere mensen behandelden. Verschrikkelijk.

Het was wel wat jammer dat het zo kort was en veel thema’s niet volledig aan bod konden komen. Dat wordt nu verder aangepakt bij de volgende uitwisseling in Brazilië.

Wat Peter opviel is dat de mensen op straat zo vriendelijke en open zijn en spontaan een gesprek beginnen. “Ik was een stukje aan het wandelen om half 7 s’ochtends en kwam een werknemer van Unilever tegen die uit de nachtdienst kwam en met mij een stukje ging wandelen. We kregen een gesprek over zijn arbeidsomstandigheden en ik vertelde over de situatie in Nederland. Was een fantastische ervaring om dit zo mee te maken”.

More About Us

       

 
 
Inhoud syndiceren