De Europese vakbeweging en de nieuwe sociale beweging

Printervriendelijke versieSend by email

Mar 2, 2005
Author: Frank Slegers

 
Debatbijdrage van Frank Slegers van de Euromarsen (België) tijdens TIE-werkgroep op het NSF
 
“Ik ga iets vertellen over vakbonden in Europa vanuit de invalshoek van de samenwerking met het altermondialisme, meer bepaald in de sociale fora in Europa. Zoals jullie weten zijn er niet alleen nationale sociale fora en een Wereld Sociaal Forum. Er is ook het Europees Sociaal Forum (ESF). Het ESF dekt niet zomaar Europa in de geografische zin van het woord. De sociale bewegingen die aan de basis liggen van het ESF hebben zich vanaf het begin uitdrukkelijk als doel gesteld om op het niveau van het politieke Europa - de Europese Unie - een soort tegenbeweging te organiseren. Zij stelden een enorme achterstand vast als het gaat om het opbouwen van een sociale beweging als tegenkracht van de neoliberale machine die de Europese Unie is. De vakbonden nemen hier, meer en meer, actief aan deel. Dus mijn bijdrage over Europa en de vakbonden plaats ik in dit perspectief.
 
Ik kom dus uit België alwaar we een Sociaal Forum van België hebben (SFvB). Het is al een ‘oud’ sociaal forum; misschien wel het oudste sociaal forum in Europa. Het is opgericht op 14 februari 2001, op Sint Valentijn. We hebben toen gezegd: we gaan er een liefdesaffaire van maken. De twee grote Belgische vakbonden – de christelijke en sociaal democratische vakbond, respectievelijk 1,7 miljoen en 1,2 miljoen leden - waren vanaf het begin lid van het sociaal forum. En niet lid in de marge. In tegendeel: ze staan centraal in het forum en vormen één van de ruggengraten van het Sociaal Forum van België: ze geven geld, ze komen naar de vergaderingen, nemen actief deel aan die vergaderingen, mobiliseren hun leden... Er waren bijvoorbeeld 400 kaderleden van het Christelijke ACV aanwezig op het Europees Sociaal Forum in Parijs; er waren er 350 van het ACV in Londen een jaar later, en ongeveer 150 van het ABVV, dus 500 syndicalisten in Londen. Om maar te zeggen, ze zijn écht geëngageerd in het Sociaal Forum van België. Dus daaruit kun je wel iets leren: hoe redeneren die bonden en wat zeggen ze over die Europese kwestie?
 
Het is een belangrijke vraag. Saskia heeft het in het begin gezegd. Wij hebben een achterstand op Europees niveau, en dat niveau is belangrijk. In denk niet dat veel mensen tegenwoordig nog zeggen dat je op het niveau van België of het niveau van Nederland, of zelfs op het niveau van grotere landen zoals Frankrijk en Duitsland, op nationaal niveau dus, een alternatief kan opbouwen tegenover de wereldwijde platwals van het neoliberalisme. Ons organiseren op Europees niveau is niet alleen een noodzaak om ons te verdedigen tegen het neoliberalisme van de Europese Unie, maar ook meer en meer een kwestie van geloofwaardigheid: kunnen wij nog wel een alternatief opbouwen? Als wij op Europees vlak niets doen en niet verder kijken dan onze nationale grenzen, dan gaat de moedeloosheid toenemen en zullen mensen meer en meer het gevoel krijgen dat er gewoon niets te doen valt tegen de neoliberale globalisering. Het Europese niveau is dus erg belangrijk voor ons zelfvertrouwen, voor onze kracht.
 
Het ESF is een belangrijke bijdrage tot de opbouw van een tegenbeweging op Europees niveau, en de vakbonden nemen er meer en meer deel aan. Daarbij zijn er ook problemen. Ik wil er twee aanhalen.
 
Het eerste probleem is dat er soms een bizarre relatie bestaat tussen de vakbonden en de ‘altermondialisten’, zowel op Europees als op nationaal vlak. We ervaren dat ook in België. Je hebt twee grote sferen in die beweging van de sociale fora. Enerzijds zijn er de jeugd, de nieuwe krachten, de generatie van ‘Seattle’ en ‘Genua’, gelieerd voor een stuk aan de NGO’s. Zij zijn bezig met de grote wereldproblemen: de honger, de catastrofes in het Zuiden, de grote milieuproblemen. Maar zij zijn níet bezig met het dagelijkse leven van de werkende mensen bij ons. “Bij ons hebben de mensen het nog relatief goed als je het vergelijkt met Latijns Amerika, Afrika,….” Wanneer je tussenkomt rond Europa en de werkende mensen wordt je al vrij snel beschuldigd van eurocentrisme, er word je een soort egoïsme in je schoenen geschoven. Daarnaast zijn er de vakbonden. Zij vinden de sociale vraagstukken in Europa natuurlijk wél belangrijk, maar beschouwen die als hun eigen voorbehouden domein. Ook zij komen naar de sociale fora voor de ‘nieuwe problemen’ - het Zuiden, de ecologie, de internationale handelsrelaties... om rond dit soort onderwerpen meer actief te worden en samen te werken. Zij zijn niet geneigd hun ‘eigen’ onderwerp - de sociale kwestie in Europa - in de sociale fora in te brengen. Dit zorgt ervoor dat er in die sociale fora er een soort inhibitie onstaat, een soort aarzeling, om het dagdagelijks leven van de werkende mensen op de agenda te plaatsen.
 
Maar, natuurlijk, als je je niet bezig houdt met de dagdagelijkse zorgen van de massa van de werkende mensen bij ons, dan kun je het wel vergeten van op Europees vlak tegen de Europese Unie een tegenmacht te vormen. Je kan dan de Wereldhandelsorganisatie (WTO) stokken in de wielen steken, rond Kyoto nuttige dingen doen, maar om tegen de Europese Unie een massieve Europese kracht op te bouwen? Vergeet het als je de band niet legt met de dagdagelijkse problemen die de mensen hier tegen komen.
 
Dat is het eerste grote probleem dat speelt in die sociale fora en de relatie die het onderhoudt met de vakbonden. In België bijvoorbeeld zitten ze echt wel in het hart van het sociaal forum, maar vanuit andere problemen dan hun traditionele werkgebied (lonen, arbeidstijd, sociale zekerheid,…). Dan blijft het een probleem om op Europees vlak, binnen de EU, steunend op de sociale fora, daadwerkelijk krachtsverhoudingen op te bouwen, ook al werken steeds meer vakbonden mee in de sociale fora.
 
Een tweede probleem is Europa. Of beter, de houding tegenover de Europese Unie. Ik heb het al gezegd: meer en meer mensen hebben het gevoel dat wij nooit een verdedigingswal kunnen opbouwen tegen het wereldwijde neoliberalisme tenzij op Europees vlak. Veel vakbonden trekken daaruit de conclusie dat we dus de Europese Unie nodig hebben om ons sociaal model te beschermen tegen ‘de Amerikanen’ - om het zo maar even samen te vatten. Daaruit wordt dan weer de conclusie getrokken dat het opbouwen van een sociaal Europa zeer, zeer voorzichtig moet worden gedaan: we mogen de EU nooit zo brutaal aanvallen dat het de Europese constructie zelf aan het wankelen brengt. Want als die Europese Unie haar samenhang verliest, als die in crisis komt, dan zijn wij ook gezien. Dan is het hek van de dam. Dan krijgen we Bush aan de ene kant en het Vlaams Blok, Haider en konsoorten aan de andere kant. Er is dus een grote vrees vanuit de kant van de vakbonden om op Europees vlak iets te doen tegen de Europese Unie, tegen de constructie van de EU. Met als gevolg dat die vakbonden op Europees vlak nooit ‘nee’ zeggen. Ze stellen wel vragen, maar slaan nooit met de vuist op tafel. Ze zeggen nooit wat Tatcher wel zei, wat de rechterzijde systematisch zegt: ‘als zus of zo er niet door komt, dan zeggen wij neen, dan blokkeren wij’. De vakbonden zeggen nooit ‘nee’ op Europees vlak. Ze zeggen altijd ‘ja, maar’. En dat is natuurlijk een tweede probleem als je op Europees vlak een alternatieve kracht wilt opbouwen.
 
Nu, daar is verandering in aan het komen. Want mijn verhaal is wel wat optimistischer dan dat van de eerste spreker. Er is toch wel een stijgende en een groeiende ongerustheid voelbaar in de Europese, en zeker in de Belgische vakbonden: het gevoel dat we steeds dichter bij de afgrond komen en dat wanneer er niets verandert we in de problemen komen. Wij waren bijvoorbeeld op een conferentie in Dublin met een aantal academici, een aantal vakbonden, onder andere iemand van de Europese Metaal Bond. Die conferentie ging over de vakbonden in Europa. Daar werd gezegd dat er twee soorten opvattingen in de Europese vakbonden bestaan. Het is een reëel concreet debat. Er zijn syndicalisten die de EU en haar project zonder meer verdedigen en proberen dingen te verwerven juist door zich op te stellen binnen de logica van de EU. Maar er zijn ook meer en meer syndicalisten die deze houding van meedenken met het neoliberalisme verwerpen. Zij denken niet langer dat steun aan de Europese eenmaking automatisch inhoudt dat elk conflict uit de weg wordt gegaan. Dat wat op nationaal vlak mogelijk is - namelijk conflict, strijd, stakingen, denken in termen van krachtsverhoudingen,… – moet ook de mogelijk zijn op Europees vlak. Dus geen zelfcensuur meer onder druk van de voortdurende chantage met de Europese eenmaking.
 
Dit laatste is een geluid dat in de Belgische vakbonden steeds vaker en luider wordt gehoord, en ik wil daar drie voorbeelden van geven. Het ABVV, de grote Belgische socialistische vakbond, mijn vakbond, heeft geweigerd om naar het laatste congres van het EVV, de Europese Vereniging van Vakbonden, te gaan. Die boycot hebben ze ook nog eens aangegrepen om op een persconferentie uit te leggen dat er in het EVV twee stromingen zijn: de lobbyisten en diegenen die Europese actie willen, en dat zij tot die stroming behoren die Europese actie willen. En dat er op dat Europese congres wederom niet over actie gepraat zou worden en ze dus niet gingen. Dat is toch niet niets: ze gaan niet alleen niet, ze geven daar ook nog een persconferentie over. Dat is ongezien. Het had er óók mee te maken dat het ABVV een kandidaat had voor het bestuur die niet verkozen was. Daar waren ze ook kwaad over... Maar, enfin, het is toch wel belangrijk.
 
Het tweede voorbeeld dat er verandering in de lucht zit, kwam er naar aanleiding van het ‘Kok-rapport’, dat onlangs is gepubliceerd en handelt over het Lissabon-proces. Onmiddellijk na publicatie heeft het EVV een persbericht uitgegeven zeggende - in de klassieke taal - dat het een goed rapport is, dat het wordt gesteund door het EVV, ook al kunnen er hier en daar wat zaken verbeterd worden. Die ‘ja, maar’ dus weer. De Belgische vakbonden hebben, beide, onmiddellijk, een persbericht uitgegeven: ‘wij zijn niet akkoord, het EVV heeft dit standpunt niet in te nemen. Wij steunen dit rapport niet, onder andere omdat het de liberalisering van de diensten in de EU bevat...’ Dus twee grote Belgische vakbonden die publiekelijk afstand nemen van een standpunt van het EVV.
Het derde voorbeeld gaat over de Europese grondwet. Het EVV heeft meteen na de ondertekening van de Europese grondwet op de Europese top in Rome namens haar miljoenen leden haar steun toegezegd voor deze Europese grondwet. De Belgische vakbonden hebben toen weer van zich laten horen tegen die werkwijze. Het ABVV is momenteel met een interne bevraging bezig om zijn standpunt te bepalen over die Europese grondwet.
 
Er beweegt dus van alles in de vakbonden. Ik heb wat Belgische voorbeelden gegeven, maar je ziet het overal in Europa. De ongerustheid bij vele syndicalisten stijgt, en de toenemende investering in het altermondialisme is daar een uitdrukking van.
 
De centrale vraag is of dat zich gaat omzetten in de wil om op Europees niveau een Europese beweging op te bouwen. De grote test komt er aan. Zoals je weet is er op het Europees Sociaal Forum opgeroepen om op 19 maart in Brussel een Europese betoging te organiseren. Na Firenze (het eerste ESF) is geprobeerd om een Europese demonstratie over Europa te organiseren, na Parijs is het geprobeerd... en het is twee keer mislukt. Nu is de afspraak op 19 maart gelanceerd, de derde poging. Aangezien het bij ons is, in Brussel, moesten we wel een standpunt innemen als Sociaal Forum van België. De Belgische vakbonden hebben al een vergadering gehad en gezegd dat ze bereid zijn om aan de kar te trekken van een dergelijke demonstratie. Ze hebben echter wél een aantal voorwaardes. Ten eerste dat het snel duidelijk moet worden wat het EVV gaat doen. Het EVV komt in december bij elkaar, en daar willen ze even op wachten. Ten tweede dat de andere Europese vakbonden ook mobiliseren. We hebben al een paar Europese betogingen in Brussel gehad waar de Belgische vakbonden waren, en 20 bussen uit de rest van Europa. Dat is niet serieus, dat is geen Europese betoging. En de derde voorwaarde is dat ook de andere sociale bewegingen, de werklozenbeweging, de NGO’s enz uit Europa, massaal gaan komen. Dat het dus niet enkel een betoging van de vakbeweging is. Het is immers een betoging voortkomend uit de beweging van de sociale fora, veel breder dus dan de vakbeweging alleen. Het ABVV en ACV hebben voorgesteld met het Belgische Sociaal Forum een coördinatiegroep te vormen, omdat er al lang goed wordt samengewerkt, om van daaruit banden leggen met het EVV, met de vakbonden die niet in het EVV zitten, met de andere sociale bewegingen, de NGO’s om zo in België een draaischaaf te vormen.
 
Zo kan de betoging op 19 maart een hefboom worden om een kwalitatieve stap te zetten, en de belofte die het Europees Sociaal Forum al een tijd inhoudt om te zetten in realiteit, namelijk een kracht te vormen die handelingsbekwaamheid begint te ontwikkelen op Europees vlak.
 

More About Us

       

 
 
Inhoud syndiceren