Uitwisseling tussen kaderleden van Turkse metaalbond en FNV Bondgenoten

Printervriendelijke versieSend by email

Uitwisseling tussen kaderleden van Turkse metaalbond en FNV Bondgenoten

TIE-Netherlands faciliteert sinds 2010 een samenwerkingsverband tussen de Werkgroep Internationale Solidariteit Metaal (WIS-Metaal) van FNV Bondgenoten en de onafhankelijke Turkse metaalbond Birleşik Metal İş (BMIS).

Birleşik Metal İş (BMIS)

BMIS is een kleine (10.000) maar zeer actieve vakbond met een lange geschiedenis en democratische structuren. BMIS ontstond in 1993 uit een fusie van de automobielarbeidersbond en de mijnwerkersbond van de progressieve Turkse vakcentrale DISK. BMIS was in de jaren vóór de dictatuur een grote vakbond(of eigenlijk twee grote vakbonden). Tijdens de dictatuur is haar voorzitter geëxecuteerd, veel kaderleden zijn gevangen gezet en gemarteld, en veel vakbondsleden werden gedwongen om collectief hun lidmaatschap van BMIS op te zeggen en lid te worden van Türk Metal, de metaalbond van Türkİş. Vanaf 1983 is BMIS weer heropgericht, maar door de repressieve Turkse wetgeving is het haar maar zeer moeizaam gelukt om de eigen organisatie weer op te bouwen.

   

De uitwisseling

In het kader van het samenwerkingverband heeft een groep kaderleden van BMIS in de week van 8-14 december een bezoek gebracht aan Nederland. Zij maakten op allerlei manieren kennis met de Nederlandse vakbeweging, wisselden ervaringen en informatie uit en verwonderden zich over de zo geheel andere sociale verhoudingen in Nederland.De groep bestond uit actieve kaderleden uit een zevental Turkse metaalbedrijven uit Istanbul en andere delen van Turkije, begeleid door twee stafleden van BMIS.

Dag 1: Geschiedenis Nederlandse vakbeweging in beeld

De eerste dag was de delegatie te gast bij de WIS-Metaal. De Nederlandse kaderleden vertelden over de geschiedenis van de Nederlandse vakbeweging en hoe het komt dat Nederland, in tegenstelling tot Turkije, geen bijzondere vakbondswetten kent die het oprichten en functioneren van vakbonden aan banden leggen. Terwijl in Turkije instemming van het bedrijf en van de staat nodig is om een vakbond op te richten en de contributie via het bedrijf wordt geïnd, is in Nederland het vakbondslidmaatschap een individuele keuze en de contributie wordt direct aan de vakbond betaald. Dit verklaart waarom het BMIS en andere progressieve vakbonden zoveel moeite kost om werknemers te organiseren en vaak jarenlange juridische procedures nodig zijn om de vakbond te erkennen. Van hun kant vonden de Turkse vakbondsleden het verwonderlijk dat de FNV met een miljoen leden niet meer macht en invloed heeft.

Een WIS-Metaallid uit de scheepsbouw vertelde over het scheepssloopproject in India, en hoe informatie over veiligheid en gezondheidsregels vanuit Nederland mensenlevens heeft gered op de Indiase sloperijen. De Turkse delegatie vertelde dat de omstandigheden in de Turkse scheepsloperijen niet zo heel veel verschillen van India en dat hun collega’s zeker geïnteresseerd zullen zijn in meer informatie.

Dag twee: ‘organising’ in internationaal perspectief

De tweede dag wisselden de Turkse kaderleden ervaringen uit over organising met een groep organisers en kaderleden bij DAF. Het was een diepgaande en zeer interessante discussie, waarbij ook hier de grote verschillentussen beide landen naar voren kwamen. In Nederland worden om een bedrijf te organiseren organisers van buiten ingezet, die contact leggen met de werknemers en hen steunen bij de opbouw van een organisatie op de werkplek. Via kleinschalige acties binnen het bedrijf wordt zelfvertrouwen en ervaring opgebouwd en gaan werknemers de vakbond zien als hun eigen organisatie waarmee zij problemen die hun al lang dwarszitten kunnen aanpakken.

In Turkije moet de vakbond rekening houden met een veel hardere reactie van werkgevers en een wetgeving en politieke verhoudingen die werknemers die zich willen organiseren nauwelijks enige rechten geven. Zodra een bedrijf in de gaten krijgt dat haar werknemers bezig zijn om zich te organiseren wordt standaard gereageerd met ontslagen van activisten en intimidatie van de overige werknemers. De organising dient daarom in het diepste geheim plaats te vinden en zeker niet bij de fabriekspoort. Meestal komen werknemers naar BMIS toe en BMIS stimuleert hen dan om meer collega’s te benaderen en in contact te brengen met de vakbond. Pas als op deze manier 80-90% van werknemers heeft bevestigd dat zij zich willen aansluiten bij BMIS, durft de vakbond de stap aan om deze nieuwe leden officieel aan te melden bij het Ministerie van Arbeid. De overheid informeert vervolgens het bedrijf en meestal volgen dan direct ontslagen en bedreigingen. Het kan jaren duren voordat de vakbond officieel wordt erkend en al die tijd genieten de kaderleden geen enkele bescherming. Zo’n campagne heeft eigenlijk alleen succes wanneer de werknemers binnen het bedrijf met acties hun ontslagen collega’s ondersteunen en het bedrijf uiteindelijk naar de onderhandelingstafel dwingen. Dit betekent dat BMIS werknemers nog veel grondiger moet voorbereiden op de strijd die gaat komen dan in Nederland.

Een extra complicatie vormt in Turkije de rol van de rechtse vakbond Türk Metal. Türk Metal doet zelf niet aan organising en is ook nauwelijks een democratische vakbond te noemen. Maar als werknemers hebben besloten om zich te organiseren, dan nodigt het bedrijf vaak Türk Metal uit om hen met hulp van het bedrijf te overtuigen om zich niet bij BMIS maar bij TM aan te sluiten. TM functioneert dus in de praktijk als gele vakbond. Veel bedrijven proberen ook werknemers tegen elkaar op te zetten door vakbondsactivisten met een Koerdische achtergrond te beschuldigen van terrorisme en zo BMIS indirect met terrorisme te associëren.

 

Dag drie: op de werkvloer

De derde dag bracht de delegatie een bezoek aan Tata Steel. Kaderleden bij Tata vertelden over het veiligheid- en gezondheidsbeleid en hoe door vakbondsactie de arbeidsomstandigheden nu veel beter zijn van in het verleden. Daarna werd een bezoek gebracht aan Hoogoven 6 en ter plekke het veiligheidsbeleid besproken met de vakbondskaderleden. Omdat een aantal Turkse kaderleden bij een staalbedrijf werkt, was voor hen de vergelijking het hun eigen situatie erg interessant.

   

Dag vier: Ontmoeting met Turkse arbeidsmigranten en ‘Nederland belasting paradijs’.

De vierde dag kende een afwisselend programma. In de avond was een bijeenkomst met activisten die actief zijn binnen de Turks-Nederlandse zelforganisatie DIDF. De Turkse Nederlanders vertelden hoe het voor hen is om actief te zijn binnen FNV en zij vertelden uit eigen ervaring over acties bij Albert Heijn en de ouwelfabrikant Primus in Zaandam. Deze uitwisseling vonden de Turken heel interessant omdat na alles wat zij al over de FNV hadden gehoord de ervaring van de Turks-Nederlandse collega’s heel herkenbaar was en zaken als het ware op hun plaats vielen.

De laatste dag bracht de delegatie een bezoek aan het IISG. Het IISG bewaart op verzoek van DISK en BMIS een groot deel van de historische archieven van deze vakbonden. In de periode van de dictatuur zijn de eigen archieven in Turkije voor een groot deel verloren gegaan. Een Turks-Nederlandse medewerker van het IISG toonde de archieven en het was voor de Turkse delegatie een schok om in de stukken te lezen dat de CAO’s in de jaren ’70, dus vóór de dictatuur, stukken beter waren dan nu.

’s Avonds was de delegatie te gast bij het FNV-vakbondscafé in Amsterdam, georganiseerd door de lokale afdelingen van FNV Bondgenoten en Abvakabo. Onder de Nederlandse vakbondsleden was veel belangstelling voor de situatie rond de vakbondsrechten in Turkije en hoe het recht op organisatie in de praktijk is uitgehold. Er ontstond een soms felle discussie toen een Turks delegatielid zijn verbazing erover uitsprak dat in Nederland de rechten van flexwerkers nauwelijks zijn beschermd terwijl FNV toch een grote en machtige vakbond is. Een ander delegatielid wees erop dat Turkije naast DISK en KESK ook grote conservatieve vakbonden kent en dat het als kleine vakbond misschien gemakkelijker is om radicale standpunten in te nemen.

Tenslotte gaf Katrin McGauran, van Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO), nog een uiteenzetting over hoe multinationale bedrijven legaal gebruik maken van de Nederlandse belastingwetgeving om de winsten die zij maken in landen als Turkije door te sluizen naar belastingparadijzen en nauwelijks winstbelasting te betalen.

 

Concluderend

In hun evaluatie gaf de Turkse delegatie aan dat het bezoek hen veel nieuwe gezichtspunten had opgeleverd en hen een veel beter idee had gegeven van hoe de vakbonden in West-Europa functioneren.

Van Nederlandse kant viel vooral de enthousiaste deelname van Turks-Nederlandse kaderleden op. Zij gaven allen aan dat het bezoek hen een zeer nuttige kans bood om meer inzicht te krijgen in de vakbondssituatie in Turkije en dat zij onder de indruk waren van de inspanningen van hun Turkse collega’s om een democratische vakbeweging op te bouwen. De Turkse media (TV, kranten) geven nauwelijks objectieve informatie over vakbonden en hun strijd. Het was een bezoek met een grote verscheidenheid aan activiteiten, die echter allemaal in meer of mindere mate hebben bijgedragen aan een uitwisseling van ervaringen en beter inzicht van zowel de Nederlandse als Turkse vakbondsactivisten uit de sector Metaal over democratische vakbondsopbouw.

More About Us

       

 
 
Inhoud syndiceren