Wie lost onveiligheid op het werk op: de bond of de werkgever?

Printervriendelijke versieSend by email

Interview met Wilma van der Graaf, kaderlid bij DAF Trucks Eindhoven, over haar deelname aan een seminar met de MPRA in Rusland.

Wilma van der Graaf is veiligheidsrapporteur bij DAF. Van 21-24 september nam zij deel aan een scholingsseminar over hoe als vakbond om te gaan met Veiligheid en Gezondheid op de werkplek (VGW) in Kaloega, een industriestad ten zuiden van Moskou. De scholing maakt deel uit van een solidariteitsproject met de onafhankelijke Russische vakbeweging vanuit  de FNV Sector Metaal. Het project wordt gecoördineerd door de WIS-Metaal in samenwerking met TIE-Netherlands. Aan het seminar namen kaderleden deel van de Russische vakbond MPRA, die vooral automobielarbeiders organiseert, werkzaam bij Volkswagen en PCMA (Peugeot-Mitsubishi) in Kaloega en Ford in St Petersburg.

       

Wilma, jij bent in september naar Kaloega in Rusland geweest. Hoe kwam je daar terecht?

Ik ben in dit project terechtgekomen door de organisers van FNV en onze bestuurder Petra Bolster.  Tijdens de training voor bedrijfsconsulent kwam naar voren dat ze iemand zochten met ervaring met veiligheid en gezondheid op de werkplek, om deel te nemen aan een seminar in Rusland. De Russische vakbondsleden wilden leren hoe wij hier in Nederland omgaan met veiligheid en gezondheid. Ik ben veiligheidsrapporteur. Toen zij dat hoorden vroegen zij of ik hier belangstelling voor had. Nu, dat had ik wel.

Wat is je het meest opgevallen bij de vakbond MPRA?

Wel…het doel van zo’n training is natuurlijk om het vakbondswerk te versterken. Als je iets wilt bereiken moet je op een lijn zijn, samen één, en dat was daar niet. En ik merkte dat er een beetje hiërarchie was tussen de kaderleden daar.

De rol van de vakbond als het om veiligheid gaat is daar anders dan bij ons. Als bij ons een apparatuur niet werkt, dan repareren de mensen op zo’n afdeling dat. Wij komen als vakbondskaderleden er pas bij als er echte problemen ontstaan. Bij hen doen de vakbondskaderleden dit soort werk.

Voorbeeld: De werkgever (Volkswagen) had hun geld gegeven om een bepaald probleem (het klimaat in de fabriek, dat stond bij hen als probleem op nummer één) op te lossen. De voorzitter van de vakbondsafdeling had daarover onderhandeld met de baas en hij heeft dat geld geregeld. Bij ons gaat dat niet zo, aan zoiets komt de bond niet te pas.

Maar het gevolg was dat hun prioriteit nu elders ligt. Zij hebben geregeld dat er een klimaatregeling komt. Die functioneert niet naar behoren. Maar de baas zegt nu dat hij al geld heeft gegeven en dat hij er verder niks aan kan doen. En nu waren zij aan het bespreken hoe zij dit probleem van de klimaatregeling zouden gaan oplossen. Dat vond ik wel bijzonder. Ik vind dat geen goede rol voor ons als vakbondsactivisten. 

Ik heb toen gezegd dat zij nu allemaal onveilige of ongezonde situaties hadden beschreven en problemen benoemd. Maar wie is hier nu verantwoordelijk voor? Uiteindelijk accepteerden zij wel dat de werkgever verantwoordelijk is, en dat het niet hun taak is de problemen van de werkgever op te lossen. Zij moeten het voor de collega’s opnemen. Je kunt je wel voorstellen dat de bond gaat onderhandelen als de werkgever het probleem waar de mensen last van hebben niet oplost. Maar hoe het wordt opgelost is de verantwoordelijkheid van de werkgever en niet van de bond.

De 2e dag heb ik een presentatie gegeven. Ik heb de stop and go kaartjes geïntroduceerd. Dat vonden ze een heel nuttig instrument. Ik heb ook uitgelegd wat mijn rol is als veiligheidsrapporteur (vanuit DAF).  Ik mag mijn collega’s aanspreken op onveilige situaties. Maar dat doe ik in het belang van de mensen, niet omdat ik meer ben dan zij. Zij hebben vervolgens de VGW-problemen op hun bedrijven geanalyseerd en zij hebben een plan van aanpak gemaakt.

Sommige deelnemers zeiden toen dat zij niet zomaar elke collega zouden helpen die een probleem had. Alleen als zij het met die persoon goed konden vinden. Zij vonden ook dat zij alleen met hun eigen bedrijf van doen hadden. Dus mensen van VW hoefden die van Ford niet te helpen.

Ik merkte ook dat er een zekere hiërarchie was binnen de groep. Sommige kaderleden voelden zich belangrijker dan anderen.

Gezilda (de trainster) vroeg mij aan het einde om te zeggen wat ik daarvan vond.

Ik heb toen gezegd: ik blijf zitten want ik ben gelijk aan jullie. Bij ons zijn alle kaderleden gelijk. Bij jullie heb ik hiërarchie ervaren. Als bij ons er een probleem is bij een ander bedrijf, dan steunen wij elkaar. Want we zijn één bond.

Ik heb ook gezegd: als jij kaderlid wilt zijn en je zet jezelf zo neer, “ik help alleen mensen als ik er zin in heb”, hoe denk je dan mensen te overtuigen om lid van de bond te worden? Ik denk wel dat ze mijn feedback accepteerden.  Ze waren allemaal even stil, maar ik geloof dat ze het heel goed begrepen.

De voorzitter bij VW had ook de neiging de verkeerde kant op te gaan. Maar aan het eind van de 2e dag heeft hij wel bevestigd dat ik gelijk had, dus hij stond wel open voor mijn kritiek.

Dit is een probleem dat diep in de Russische vakbondstraditie zit, en dat elke keer weer de kop opsteekt. De traditie is dat de vakbond verbonden is aan het bedrijf. En dat de vakbondsleider de problemen voor de mensen oplost, niet dat de mensen die zelf oplossen met steun van de vakbond. Mensen hebben de neiging om vanuit deze traditie te denken.

Dit was dus een lastige discussie. Wat viel je wel mee?

Ik ben heel goed ontvangen. Iedereen was heel gastvrij, behulpzaam en aardig. Wat mij opviel en wat mij verdrietig maakte is dat zij net zo hard moeten werken als wij, maar met weinig geld.

Positief vond ik ook dat zij wel naar elkaar luisteren en dat zij door discussie wel tot nieuwe inzichten komen. Bijvoorbeeld toen ik duidelijk maakte dat zij in feite voor de werkgever werkten, toen pas viel het kwartje en stonden zij open voor deze zienswijze. Dat is de grote betekenis van uitwisseling. De mensen staan wel open om iets te leren maar zij komen er vaak zelf niet op.

Doordat ik daar heen ben gegaan en hen wat handvaten heb gegeven komen ze toch een stapje verder. De meesten spreken ook geen Engels en zij beschikken alleen over informatie uit het eigen land. Daarom hebben ze ook minder kansen om nieuwe dingen te leren.

Wat heb je zelf geleerd?

Wat ik heb ervaren: ik ben het aangegaan en ik ben er alleen naar toe gegaan (de collega die mee zou gaan kreeg zijn visum niet op tijd verstrekt). Iedereen in de WIS-Metaal was stomverbaasd dat ik alleen was gegaan.

Maar het positieve hieraan is dat jij alleen met de mensen daar bent en aan de mensen bent overgeleverd. Daardoor heb je veel intensiever contact en bereik je volgens mij veel meer dan als je met zijn tweeën bent.

Wat ik ook positief vond is dat ik mensen kon laten zien dat het ook anders kan.

Ik heb direct op mijn bedrijf rondverteld wat ik had meegemaakt. Iedereen was erg geïnteresseerd. Waar ik het meest van geschrokken ben is dat de mensen daar arm zijn.  Daar waren mijn collega’s verrast over; dat hadden zij niet gedacht.

Ik heb overigens genoten van dit bezoek. Je gaat toch breder kijken naar dingen en je wordt je er bewust van dat er meer is dan alleen bij ons op de werkvloer. Ik ben blij dat ik dit heb kunnen betekenen en dat motiveert mijzelf om meer te willen doen voor anderen. Toen onlangs een groep Russen hier op bezoek kwam heeft mij dit ook gemotiveerd om te proberen een bedrijfsbezoek te organiseren bij DAF. Sommige collega’s dachten dat dit nooit zou lukken maar het is toch gelukt en daar ben ik heel blij mee. Ik vind het ook fijn dat zoveel van mijn DAF-collega’s met de Russische vakbondsactivisten hebben kennis gemaakt. Zij waren heel geïnteresseerd en het was een goede bijeenkomst.

 

 

 

More About Us

       

 
 
Inhoud syndiceren