Strategie van Lissabon: van kwaad naar erger?

Printervriendelijke versieSend by email

Feb 22, 2005
Author: Frank Slegers

 
Op dinsdag 2 februari maakte de voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso de Commissievoorstellen voor de actualisering van de strategie van Lissabon bekend. We zijn halfweg deze strategie. Zij werd door de Europese Raad gelanceerd in Lissabon in maart 2000, het vizier gericht op 2010. Barroso zei op 2 februari dat het sociale en het milieu de volgende periode zullen moeten wijken voor werk en economische groei (lees ‘activering’ en bedrijfsvriendelijke maatregelen). Dat verwekte heel wat onrust langs links. Een week later echter, op woensdag 8 februari, presenteerde de Europese Commissie haar “sociale agenda”. Daarin werden punten geagendeerd zoals een Europees minimuminkomen en een betere bescherming van werknemers bij bedrijfsherstructureringen. Dat gaf dan weer aanleiding tot boegeroep op de patronale banken… Dit alles geeft een beeld van de nerveuse sfeer die heerst in de aanloop naar de “lentetop”, de Europese Raad op 22 en 23 maart in Brussel. Zij wordt op 19 maart voorafgegaan door een Europese betoging van vakbonden, sociale bewegingen en andere andersmondialisten.
 
De jaarlijkse Europese lentetop in maart kadert in de strategie van Lissabon. In Lissabon bevestigden de Europese staats- en regeringsleiders hun economisch recessief beleid: strikte begrotingsnormen, een anti-inflatoir monetair beleid, een sterke Euro,... Van die kant moesten geen expansieve impulsen verwacht worden: geen stimulering van de vraag, geen overheidsinitiatieven. Alle heil werd verwacht van verdere liberaliseringen (ondermeer van de grote communicatiebedrijven en de energiesector) en van een ‘actieve’ arbeidsmarktpolitiek. Dat laatste betekent dat niet de werkloosheid wordt aangepakt (door het scheppen van banen), maar de werklozen (en andere ‘inactieven’). Allerlei “prikkels” worden uitgedacht om inactieven aan de slag te krijgen, en elke baan telt mee… (uiteraard, want volwaardige banen zijn er te kort).
Deze ‘strategie van Lissabon’ werd verpakt met de slagzin dat Europa ‘s werelds “meest competitieve kenniseconomie” moest worden. De (beurs)hype rond de informatiesamenleving gaf de versleten concurrentie-ideologie een modern kleedje. Daarom was er ook sprake van enkele initiatieven om op Europees vlak krachten te bundelen rond onderzoek en ontwikkeling.
De balans van deze strategie kan vandaag gemakkelijk worden gemaakt. Europa wordt nog steeds geteisterd door een massawerkloosheid van bijna 9%. De massawerkloosheid sleept al drie decennia aan, ondanks (of dank zij) de neoliberale recepten…
 
Nervositeit
Deze mislukking vormt de achtergrond van de nervositeit in Europese kringen rond de lentetop. De legitimiteit van de Europese Unie heeft sterk geleden onder het anti-sociaal beleid. Zowat alle lidstaten kenden de laatste jaren grote sociale mobilisaties. De neoliberale grondwet zou er het (verdiende) slachtoffer van kunnen worden. De sociale beweging biedt op het niveau van de EU zelf steeds beter weerwerk tegen het neoliberalisme. De havenrichtlijn werd gekelderd door een combinatie van mobilisatie en interventie in het Europees Parlement. De richtlijn Bolkestein kan volgen: zelfs de Franse president Chirac vroeg de Commissie de richtlijn Bolkestein te laten vallen, uit vrees dat hij anders het referendum over de Europese grondwet zou verliezen.
Er is echter niet alleen de sociale onrust. Onder de regeringsleiders zelf bestaat onenigheid. Het recessief economisch beleid stuit op bedenkingen. “Hoe kan ik mijn hervormingen verkopen terwijl de economie op een zo laag toerental draait”, vraagt Schröder zich af. De kritiek op het rigide stabiliteitspact, dat het overheidstekort aan banden legt, neemt toe. De Fransen willen een actief industrieel beleid in de Unie, om van hun Franse kampioenen Europese kampioenen te maken. Velen vragen zich af of de neoliberale recepten volstaan om de Europese Unie de technologische ontwikkeling te geven die het nodig heeft om op de wereldmarkt stand te houden. De discussie over de toekomst van de Europese Unie en die over de relatie met Amerika gaan daarbij hand in hand. Kiezen we ervoor business te doen in de schaduw van het Amerikaans militair-industrieel complex, of kunnen we op den duur enkel standhouden als we zelf iets dergelijks uitbouwen? Ziedaar enkele van de vele vragen die leven op en rond het Schumannplein.
Europa loopt achterstand op in de race naar productiviteit. Dat hoeft niet te verbazen met een beleid gericht op hamburger- of 1 eurojobs. “Hoe stijgende productiviteit en banengroei verzoenen?”, vraagt de Commissie zich wanhopig af. Dat is inderdaad niet gemakkelijk als je arbeidsduurvermindering op voorhand uitsluit… In Amerika lukt het enkel dank zij een zeer expansief beleid gefinancierd met buitenlands kapitaal. Maar juist omdat het Amerikaans model de wereldkapitaalmarkt leeg pompt is het niet exporteerbaar.
 
Koersversnelling
Al bij de installatie van de nieuwe Commissie was de nervositeit voelbaar. Barroso had zelfs een herexamen nodig voor hij zichzelf voorzitter van de Europese Commissie kon noemen.
Nu de sociale bewegingen zichzelf mee aan tafel hebben uitgenodigd worden de gesprekken tussen de staats- en regeringsleiders er niet gemakkelijker op.
De kans is groot dat de lentetop enkel tot eensgezindheid komt via een nieuwe neoliberale koersversnelling. Een nieuwe havenrichtlijn werd aangekondigd die zo mogelijk nog liberaler is dan het vorige ontwerp. Over de richtlijn Bolkestein kan wel gesproken worden, maar de Commissie weigert ze terug te trekken. “Het standpunt van de Commissie is dat de liberalisering van de diensten een wezenlijk onderdeel is van de strategie van Lissabon over de competitiviteit van de Unie. Er is geen sprake van dat de Commissie de richtlijn over de diensten zou terugtrekken”, verklaarde de woordvoerster van de Commissie begin februari nog. De strategie van Lissabon is meer dan ooit het nec plus ultra van het Europees beleid. Dat werd door het rapport Kok, overgenomen door de Europese Commissie, ondubbelzinnig bevestigd. De maatregelen in dat rapport komen er allemaal op neer dat nog meer politieke energie gebald wordt om de strategie van Lissabon door te drukken. Het sociale en het ecologische moeten wijken om zich te kunnen concentreren op het essentiële. De lidstaten zijn voor veel Lissabon-materies bevoegd (ondermeer grote luiken van de sociale politiek). De Commissie stelt niet voor dit te veranderen, maar wil wel de druk op de lidstaten opvoeren (ondermeer door in elke regering een mister of mrs Lissabon aan te duiden).
 
Werktijden
Een ander pijnpunt is de voorgestelde herziening van de richtlijn over de werktijden. De oorspronkelijke richtlijn dateert van 1993. De maximale arbeidsduur wordt op 48 uur per week bepaald, maar lidstaten kunnen beslissen dat deze limiet niet geldt voor werknemers die een opt-out-overeenkomst ondertekenen met hun werkgever (een toegeving aan Groot-Brittannië). De limiet geldt ook niet voor kaders en familiebedrijven. Bovendien is er discussie over de referteperiode, en wat je doet met oproepcontracten (is de tijd wanneer je stand by bent arbeidstijd?). Het Europees Vakverbond merkt op dat het Europees handvest van de grondrechten (nu deel II van de ontwerp-grondwet) bepaalt dat “iedere werknemer recht heeft op een beperking van de maximumarbeidsduur en op dagelijkse en wekelijkse rusttijden”. Het eerste internationaal verdrag over arbeidsomstandigheden voerde de 8-urendag en de 48-urenweek reeds in in… 1919. De Europese Unie loopt dus een kleine 100 jaar achter (of vóór, zullen de neoliberalen denken).
Ook de herziening van de richtlijn over de Europese Ondernemingsraden schiet maar niet op.
De enige reële “toegeving” die in de pijplijn zit is nog maar eens meer sociaal overleg. Dat is ook logisch: de sociale spanningen zijn zo hoog opgelopen dat men de vakbonden nodig heeft om de neoliberale koers aan te houden... Nu al hebben de vakbonden verkregen dat de Europese lentetop wordt voorafgegaan door een soort pré-top van de sociale partners. Of de vakbonden bereid gaan zijn het spel mee te spelen is natuurlijk een andere vraag.
 
Europese sociale beweging
De vakbonden kunnen ook kiezen daadwerkelijk een sociale beweging op Europees vlak op te bouwen, die krachtsverhoudingen opbouwt tegen het neoliberalisme van de Europese Unie. Het tijdperk van het abstracte ‘aanklagen’ van de Europese Unie is voorbij. De sociale beweging heeft heel wat vooruitgang geboekt in het ontwikkelen van haar capaciteit om op Europees vlak te handelen. Het sterkste voorbeeld daarvan is het gevecht rond de richtlijn Bolkestein, die in januari 2004 nog in algemene onverschilligheid het daglicht zag. De hamvraag blijft: durft de sociale beweging gaan voor haar eisen, ook als de rechterzijde dreigt met een crisis van de Europese Unie? Of, om dezelfde vraag andersmondialistisch te formuleren: neemt de sociale beweging haar eigen slagzin ernstig dat een ander Europa mogelijk is? Een “ander Europa” zal er niet komen “naast” en “buiten” de EU. Het vereist een politiek en sociaal gevecht binnen de EU. Maar dat gevecht kan je maar winnen als je beseft dat het andere Europa niet zonder meer in het verlengde kan liggen van de bestaande EU, die in haar structuren en grondbeginselen zelf neoliberaal is (voor wie daar nog aan twijfelde heeft men dit neoliberalisme nu ook in een grondwet gegoten).
 
Frank Slegers is lid van de Europees secretariaat van de Europese Marsen tegen werkloosheid, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting ( www.euromarches.org )
 
Dit artikel is geschreven voor en gepubliceerd in “Vrede”. www.vrede.be

More About Us

       

 
 
Inhoud syndiceren